Selecteer een pagina

Stel je toch eens voor …

Stel je toch eens voor …
dat ik zou zeggen: ik ben blij dat ik leef. Dank je wel, leven, voor mijn hele levenswandel en voor iedere ontmoeting die ik meemaak. Wat een zegen dat je precies weet wat ieder moment voor alles en iedereen het beste is en dat je ook goed voor mij zorgt.

Stel je toch eens voor …
dat het een vergissing is om te denken dat er iets buiten mij kan bestaan, iets wat mijn bestaan bedreigt? Dat het een vervormd beeld is om te denken dat ik niet veilig of niet goed ben?

En stel je tenslotte eens voor …
dat ik besef dat dit de realiteit is? M’n hele gestel is er niet op ingericht om op deze nieuwe manier de wereld in te kijken. Maar blijkbaar heb ik er niets over te zeggen. Ik word me ervan bewust dat iets wat zo diep verankerd leek, een eigen maaksel blijkt te zijn! Kun je je dat voorstellen?

afsluiting

Ambachtelijk

Ik pak de draad op
en ga spinnen
waarheidswol
rolt door mijn vingers

een lied dat
alle ouden zongen
klinkt helder
in mijn hart.

afsluiting

Juist kijken

Vanuit mijn keukenraam kijk ik recht op het kampeerterrein aan de overkant van de straat. Sinds de zon meer is gaan schijnen bloeit het er volop; het is een komen en gaan van vakantiegangers. Het houdt me nogal bezig die camping. Haast ongemerkt trekt het steeds weer mijn blik. Ik benijd die mensen!

Ik wéét wel als beoefenaar dat wat ik zoek, niet hier en niet op deze manier te vinden is, maar dieper wordt er toch van alles getriggerd. Ik heb genoeg van deze kwellerij en trek de gordijnen dicht.

Tijdens een training breng ik de situatie in en krijg het advies om me er niet voor af te sluiten, maar te onderzoeken of ik het kan integreren.

De gordijnen gaan weer open. Ik zoek naar een andere opstelling in mezelf, fiets eens langzaam een rondje over de camping en kijk een beetje om me heen. Dit voelt heel anders, hier sta ik midden in de realiteit. Hier ben ik deelgenoot van diepere pijn en het zoeken naar geluk. Mijn keukengordijnen kunnen niet ver genoeg open.

afsluiting

Façade

‘Ik weet eigenlijk niet waarom ik hier zit.’ Ze vervolgt: ‘Ik vertel het jullie zodat jullie weten wat er in me omgaat, maar waarom dat nodig is weet ik evenmin.’
‘Tja,’ reageert een ander, ‘eigenlijk merk ik ook vaker bij mezelf dat ik niet alles met jullie wil delen, maar dat vind ik ongewenst van mezelf.’
‘Nou we het er zo over hebben,’ komt weer een ander tot besef, ‘zie ik soms best wel tegen deze bijeenkomsten op en verstop ik me dan meestal achter een muurtje.’

Met elkaar delen dat je eigenlijk niet werkelijk deelt, sterker nog, dat je weerstand voelt om echt te delen.
Hoe heilzaam om je masker te laten zakken en hoe heilzaam om achter het masker van een ander te mogen kijken.
Ik bespeur hierdoor iets van de potentie die echt-zijn in zich herbergt én ik ervaar aan den lijve: ware verbinding verdraagt geen maskers.

afsluiting

Pril

In het bad van visie
gewiegd door Boeddha
kraait er stille vreugde.

afsluiting

De vorst

Tijdens het verdiepingsweekend voelen we na hoe het is om je adel in te nemen. Ik voel de kracht en zuiverheid van deze kwaliteit, en mijn rug recht zich haast als vanzelf. Als ik me niet laat afleiden, is die adel er, ben ik die adel. Het is niet even een oefening om me goed te voelen.

Interessant wordt het als mijn hardnekkige verslavingen ter sprake komen: wat een contrast met adellijkheid. Zoals een edele vorst zich niet door een sjacheraar zal laten bespelen, zo voel ik dat deze geestelijke kwaliteit van dieper komt dan mijn dwangmatigheid en daarmee de antidote kan zijn.

Op weg naar huis rijd ik regelrecht naar de friture en bestel een grote friet, een bamiblok en een magnum. Even ben ik bang dat de blootgelegde helderheid en stevigte geveinsd zijn en dat ik direct verval in mijn oude patronen. Maar ik laat deze gedachte los.

Thuis schrok ik alles zoals gewoonlijk in een hoog tempo naar binnen. Maar toch is het hele ritueel anders. Ik kan voor het eerst zo helder en bewust waarnemen wat er gebeurt, wat er allemaal achter dat eetgedrag zit. Het gaat er niet om dat het eten zelf zo lekker is, want daar geniet ik eigenlijk niet eens van. Maar het is mìjn moment, mijn gekoesterde vrijheidsbubbeltje. Ik voel de dikke vinger naar het leven: ik doe wat ik zelf wil!

Dit is wel een heel zielig vorstje.

afsluiting

Onvoorwaardelijkheid

Onlangs werd iemand die ik ken, een politiek vluchteling die in Nederland asiel had gekregen, door zijn eigen landgenoten verraden, vernederd en mishandeld. Nota bene hier in z’n nieuwe thuisland! Ik vernam dat hij zonder argwaan op de aangeboden hulp was ingegaan en dus behoorlijk bedrogen was uitgekomen.

Niet alleen was ik geraakt door deze gebeurtenis, het deed mij er ook weer eens bij stilstaan dat er in de hele wereld nooit een plekje zal zijn waarvan je zeker weet dat je veilig bent. Deze keer echter besefte ik ook dat de meesten van ons, inclusief mijn eigen persoontje, ervan uitgaan dat de wereld wel veilig zóu moeten zijn. Een min of meer onbewust gehanteerde norm die buiten legt wat binnen thuishoort.

Want dat je niét veilig bent in de wereld lijkt mij volstrekt normaal. Daar de aard van deze wereld dualistisch is, bestaat er zowel veiligheid als onveiligheid. Hoe zou je onveiligheid kunnen buitensluiten? En ten koste waarvan?

Maar absoluut gezien is er geen enkele reden tot zorg: wij zijn veilig, ongeacht wat er gebeurt. Ook in de meest verschrikkelijke en onvoorstelbare omstandigheden, is je ware aard geborgd en onaantastbaar. Herinnerd te worden aan dit gerust zijn, nee samen te vallen met dit gerust zijn, is dat niet waarnaar we wezenlijk verlangen?

afsluiting

Waarheidsliefde

‘De weg leidt naar het einde van de weg’. Met andere woorden: aan het einde van de weg is de ik-constructie ontmanteld.
Wie wil de weg bewandelen?

afsluiting