Tijdens het verdiepingsweekend voelen we na hoe het is om je adel in te nemen. Ik voel de kracht en zuiverheid van deze kwaliteit, en mijn rug recht zich haast als vanzelf. Als ik me niet laat afleiden, is die adel er, ben ik die adel. Het is niet even een oefening om me goed te voelen.

Interessant wordt het als mijn hardnekkige verslavingen ter sprake komen: wat een contrast met adellijkheid. Zoals een edele vorst zich niet door een sjacheraar zal laten bespelen, zo voel ik dat deze geestelijke kwaliteit van dieper komt dan mijn dwangmatigheid en daarmee de antidote kan zijn.

Op weg naar huis rijd ik regelrecht naar de friture en bestel een grote friet, een bamiblok en een magnum. Even ben ik bang dat de blootgelegde helderheid en stevigte geveinsd zijn en dat ik direct verval in mijn oude patronen. Maar ik laat deze gedachte los.

Thuis schrok ik alles zoals gewoonlijk in een hoog tempo naar binnen. Maar toch is het hele ritueel anders. Ik kan voor het eerst zo helder en bewust waarnemen wat er gebeurt, wat er allemaal achter dat eetgedrag zit. Het gaat er niet om dat het eten zelf zo lekker is, want daar geniet ik eigenlijk niet eens van. Maar het is mìjn moment, mijn gekoesterde vrijheidsbubbeltje. Ik voel de dikke vinger naar het leven: ik doe wat ik zelf wil!

Dit is wel een heel zielig vorstje.

afsluiting