Selecteer een pagina

Onlangs werd iemand die ik ken, een politiek vluchteling die in Nederland asiel had gekregen, door zijn eigen landgenoten verraden, vernederd en mishandeld. Nota bene hier in z’n nieuwe thuisland! Ik vernam dat hij zonder argwaan op de aangeboden hulp was ingegaan en dus behoorlijk bedrogen was uitgekomen.

Niet alleen was ik geraakt door deze gebeurtenis, het deed mij er ook weer eens bij stilstaan dat er in de hele wereld nooit een plekje zal zijn waarvan je zeker weet dat je veilig bent. Deze keer echter besefte ik ook dat de meesten van ons, inclusief mijn eigen persoontje, ervan uitgaan dat de wereld wel veilig zóu moeten zijn. Een min of meer onbewust gehanteerde norm die buiten legt wat binnen thuishoort.

Want dat je niét veilig bent in de wereld lijkt mij volstrekt normaal. Daar de aard van deze wereld dualistisch is, bestaat er zowel veiligheid als onveiligheid. Hoe zou je onveiligheid kunnen buitensluiten? En ten koste waarvan?

Maar absoluut gezien is er geen enkele reden tot zorg: wij zijn veilig, ongeacht wat er gebeurt. Ook in de meest verschrikkelijke en onvoorstelbare omstandigheden, is je ware aard geborgd en onaantastbaar. Herinnerd te worden aan dit gerust zijn, nee samen te vallen met dit gerust zijn, is dat niet waarnaar we wezenlijk verlangen?

afsluiting