Stel je toch eens voor …
dat ik zou zeggen: ik ben blij dat ik leef. Dank je wel, leven, voor mijn hele levenswandel en voor iedere ontmoeting die ik meemaak. Wat een zegen dat je precies weet wat ieder moment voor alles en iedereen het beste is en dat je ook goed voor mij zorgt.

Stel je toch eens voor …
dat het een vergissing is om te denken dat er iets buiten mij kan bestaan, iets wat mijn bestaan bedreigt? Dat het een vervormd beeld is om te denken dat ik niet veilig of niet goed ben?

En stel je tenslotte eens voor …
dat ik besef dat dit de realiteit is? M’n hele gestel is er niet op ingericht om op deze nieuwe manier de wereld in te kijken. Maar blijkbaar heb ik er niets over te zeggen. Ik word me ervan bewust dat iets wat zo diep verankerd leek, een eigen maaksel blijkt te zijn! Kun je je dat voorstellen?

afsluiting